Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van je... laat mij wat voor je doen... ik houd zoo vreeselijk van je... jij bent alles voor me, Jozette... als je maar wou, dat ik wat voor je deed... ik zou alles voor je doen, Jozette... ik houd zoo vreeselijk van je..."

In een vreemden duizel had hij gesproken, als beneveld bleef hij zwijgen; of dan opeens een klaarte in zijn hoofd openging, sprak hij minder gejaagd,

maar bezwaarlijker door:

Ik heb hard gewerkt, dit heele winter... en

het was voor jou, Jozette... ik wou het niet voor mezelf weten... en ik wou ook goed van Anstide denken... maar het was voor jou... ik heb het gedacht, Jozette, ik heb het gevreesd... nee, ik heb het nóóit gehoopt... nóóit... al was het toch het heerlijkste, als het gebeurde, wat ik vreesde..."

Jozette zag hem aan als bewusteloos; zij begreep niet wat hij daar alles zoo moeilijk zei; zij voelde of haar verstand verbrandde.

);Ik kan je geen rijk leven geven... ik heb

niets dan mijn beurs en een beetje, dat ik spaarde... maar ik zal hard werken... ik zal altijd van je houden, Jozette... ik zou je altijd bij mij houden...

ik zou je trouwen..."

— ,,0! stil! stil! stil!" smeekte Jozette plotseling,

hartstochtelijk, „stil, Bouboule!"

Célestin onderging een verbijsterd weg-wervelen in zichzelf; hij werd wit. Het was hem, of hij met gesloten oogen ergens was heengehold en plots aan den rand van een gapende diepte stond.

Jozette had een vaag lachje van pijn. Zij knikte vreemd kort van nee, wou iets zeggen, kon het niet zeggen, knikte nog eens van nee. Zij slikte.

Célestin keek haar aan met den bangen vraagblik van een hond, dien men verdrinken gaat; hij wou

Sluiten