Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak haar ringen had zien nemen... en de kleine vierkante flacon met haar parfum op de waschtafel... daarnaast stak leeg de spijker, waaraan altijd haar handspiegel hing, 't langwerpig glas in den rand van wit emaillen margarieten, dien hij zoo leelijk vond en waarvan hij zoo vreeselijk hield...

Met de walmende, flakkerende kaars, terwijl het heete vet hem op de handen droop, stommelde hij de kamer rondom... niets dat van haar was, lag er meer... in een hoek vond hij een verfrommeld zakdoekje met roode nopjes... hij snoof daaraan, proefde een geur van verlepte violen; dat stak hij bij zich. En in de vensterbank achter het gordijn, als hij dat oplichtte, glom het zwart-gladde miniatuurboekje, waarin zij de uitgaafjes voor het huishouden noteerde en al de kleine dingen, waar zij om denken wou... dat had zij daar gelaten.

In een plotselinge vlaag van woede schopte Célestin tegen den rand van de rustbank, waarop Aristide in zijn vaag gejammer nog weggedoken lag.

— „Brute! brute!" schreeuwde hij.

Als Aristide overeind schrok, zag die eensklaps, bij het verwilderde kaarslicht, hoe door het schilderij boven hem, met een scherp voorwerp kruiselings twee felle krassen waren gehaald, die het naaktfiguur tot in de draden van het linnen toe hadden doorkerfd. Hij sprong op.

— „Voila...! voila...!" riep hij smartelijk en strekte in een tragisch gebaar den arm naar het doek.

Célestin, later, dacht vaak wat toch de bedoeling van die eerste woorden van Aristide was geweest; maar toen hij ze hoorde, meende hij, dat de ander in wanhoop Jozette's beeld wees... dan zag hij zelf de twee moordende sneden... en hoe vijandig hij ook vroeger voor dat mooidoenerige doek gevoeld

Een huis vol menschen. 29

Sluiten