Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo spande het in zijn hoofd... Hij dwong zich tot rustig-zijn... Nee, hij moest trachten Aristide weer tot Jozette te brengen... van Aristide hield ze nu eenmaal... en om zijn gedachten helder te maken, begon hij weer plannen voor den avond vast te zetten...: eerst naar de Rue Louvois... zien of hij dien kerel ook kon terugvinden, die haar koffer had gereden... dan de boulevards langs...

Maar het eten had Aristide wat strenger begrippen gegeven: — Jozette was van hem weggeloopen, ze moest vrijwillig terugkomen, als zij terugkwam... bedelen deed hij niet...

— „En als ik ze je terugbrèng?" vroeg Célestin.

Aristide maakte een gebaar, dat de ander niet

verstond.

— Hij zou natuurlijk wel kijken in de café's op den Boul' Mich' en zoo..., zei hij bedrukt.

III.

Dien avond zwierf Célestin alleen door Parijs en zocht Jozette.

Waarom hij ze eigenlijk zocht, wist hij niet meer. Naar Aristide terugkeeren zou ze niet willen, en hij zou haar ook niet raden kunnen te gaan... hij had maar de blinde, wilde zucht te weten, wat zij deed en waar zij was... de blinde zucht te weten, hoe droef het misschien ook wezen zou.

Hij had een omnibus genomen tot de Bibliothèque Nationale; vooraan op den imperiaal stond hij en keek gespannen uit, naar beide zijden de boulevards over en de straten langs waar hij doorreed, Rue du Vieux Colombier, Boulevard St. Germain, Rue de Saints Pères... er liepen weinig menschen op de duistere trottoirs, tot bij de groote saamstroom-

Sluiten