Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij wou maar even kijken, of die koffer er al stónd opzij waren twee letters, J. L., van koperen spijkertjes... misschien was er ook een adres op: „Mademoiselle Leroy"... hij wou weten, of Mademoiselle al was aangekomen...

De juffrouw bezag hem wantrouwend; zij had dan een vaag gebaar van zoekend de rekken met rijen valiezen en reistasschen en doozen langs te oogen...: „Mademoiselle Leroy... ja dat weet ik niet," zei ze, en geeuwde.

Célestin speurde fel het lokaaltje in, naar dien eenen kleinen, bruinen koffer met de geel-lederen riemen... „Mag ik een oogenblik binnen komen?" drong hij, „zelf even zoeken, ik ken 'm...»; hij had de hand al aan den knop van de deur.

— „Pardon, monsieur," zei de juffrouw boos en schoof er van binnen een grendel op. Zij ging weg, hij hoorde haar praten in het naaste vertrek; zij kwam terug en zonder hem aan te zien rukte zij het dik-glazen loket-raam omlaag. Dan ging zij wat regelen en verschuiven aan de pakkage op de rekken.

Célestin riep nog iets: — dat het hem om den koffer zelf niet te doen was, dat hij dien niet mee wou nemen... Zij draaide zich half om en haar mond bewoog; de achter het glas wegdoffende klank leek de heesche fluistering van een geest: „il vous faut le re^u."

Er kwam een zeer lange chef voorbij en Célestin klampte hem aan; even luisterde de ander met toegeneigd hoofd, maar dan zei hij van nee, dat ging niet, en terwijl Célestin, nog uitleggend, meeliep —

hij wilde den koffer niet halen, alleen maar zien!

stapte de chef, ongeduldig een paar maal de schouders optrekkend, haastig door naar de andere zijde van het perron.

Sluiten