Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet slecht, zei hij, de toestand was beter, de kalmeering was ingetreden...

„Maar is het dan nóódig, die vreemde mannen... kan ik hem niet oppassen... kan ik niet helpen?" smeekte madame Lourty.

„Ma chère dame," zei de dokter glimlachend, of het onnoozele der vraag hem vermaakte, en met een familiare meewarigheid pakte hij de twee kleine bleeke handen, hief die ten toon onder haar gezicht, keek nog medelijdender...

Meteen klonk er een schreeuw uit de ziekekamer. De dokter, hevig schrikkend, duwde het vrouwtje °P zij> liep erheen... de slaapkamerdeur sloeg weer dicht... er achter verdofte een akelig gekreun en gesmoord verwijten; dan, daardoorheen, in een zenuwachtige bereddering, gestommel, getink van aardewerk en watergeplens.

Midden in het entrée'tje stond madame Lourty; haar hoofd trok strak dicht van binnen, of er nu een einde kwam aan haar denken en gevoel.

— „Jeanne!" riep ze; het weerkaatste schor door haar hersens, of haar schedel gebarsten was.

Jeanne was sinds een uur naar haar huis, om voor Etienne te zorgen. Er was niemand.

Toen sloeg zij de handen voor het gelaat en ging wankelend de eetkamer binnen.

Na een kwartier kwam de dokter terug. Zijn gezicht was wonderlijk grauw ontdaan. Op zijn eene manchet zag madame Lourty, met een snijdenden schrikscheut, een vlek van bloed.

De dokter maakte een gebaar, om haar vragen te voorkomen.

»Tout va bien, tout va bien," zei hij zenuwachtig. Dan, bruuskweg, informeerde hij: — hadden ze familie? mannelijke familieleden, van hem of

Sluiten