Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op naar den uitersten kamerhoek, zag dan Jeanne aan met een mengeling van deerniswaardigheid en een onderdrukten lach.

— ,,'t Is erg mooi," zei die, „maar heb je dat allemaal noodig?"

— „Oh! si! si!" fluisterde Gabrielle met een heete overreding.

Dan liet zij, naast de wit-gestikte, nog twee matinée's zien van een ragfijn mille-couleurs batist, teer frambozenrood en bleek groen en lila door elkaar gewolkt. Met bedeesd diep-neergeslagen oogen hield zij de stof onder haar hoornbleeke, holle gezicht, en dat was erbarmelijk om naar te kijken; maar toen zij opzag en in den wonderlijk grooten blik der koortsige gloedoogen haar geheele gezicht opleefde, werd het bijna mooi...

— „Ik hoop," zei Jeanne wat treurig, „dat je er plezier van zult beleven, daar in dat land."

Gabrielle lachte, lachte plotseling met een dubbelzinnige vroolijkheid.

„Et voici le moustiquaire!" zei ze.

Het was een lijvig pak, de dozijnen meters muskietentule. Gabrielle had er een roze lintje om gebonden met een strikje in den vorm van twee harten.

Zij liet het Jeanne betasten en wegen op de hand: — „zwaar" zei ze; „één moustiquaire voor een lits-jumeaux."

En ze deed een raar-zenuwachtig verhaal van hoe je, langs een reet van onder, daar door moest kruipen, en je sliep er bijna naakt, in die tropen...

Jeanne bewonderde het meest een wit linnen rok, waarop Gabrielle nog zelf, de laatste dagen, kleine slingertjes en witte knoppen en bladeren had gebor-

Sluiten