Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeanne, eerst wat verward, zonder veel blijdschap, had dat onverwachte onder haar oogen aangeschouwd; dan, plots, lichtte er een glans van opgetogenheid over haar gezicht: zij had het blad met het ingestoken portret gezien...

— „Madame! Madame!" zei ze.

Haar oogen werden diep-zwart van geluk, wijd beefden haar neusgaten open, haar lippen plooiden in een lach...

Het sloeg negen uur op het hangklokje, dat nog in de entrée hing. Madame Lourty maakte een klein verschrikt gebaar van waarschuwen: negen uur! Het was het oogenblik van afscheid nemen.

— „Adieu, Madame, adieu!" zei Jeanne heftig. Zij greep de hand van madame Lourty, kuste die herhaaldelijk, het hoofd diep erovergebogen, met een zelfvergeten, wilden drang.

Maar het vrouwtje, zacht, onttrok zich aan die nederige en hartstochtelijke liefkoozing; zij lei haar beide handen op Jeanne's schouders, zag haar vol en diep in de tranen-blinkende oogen, en zei:

— ,,'t Zal jou nog geluk brengen in de toekomst, Jeanne, wat je geweest bent voor mij."

Toen kuste zij haar tweemaal op de eene wang.

— „Adieu, Madame, adieu," stamelde Jeanne nog eens, en als was het een vlucht, zoo haastte zij plotseling weg, de deur uit, die zij liet aanstaan. Met het albumpje bloot in haar hand, joeg zij naar beneden.

Madame Dutoit zei niets, toen zij binnen kwam. Die was den laatsten tijd in een aanhoudend stilvergenoegde stemming, welke haar grillige behoeften aan discussies en overrompelingen deed uitblijven; ook had zij erg te doen met madame Lourty, en zij liet Jeanne, die toch zoo'n goede ziel bleek, maar een beetje haar gang gaan.

Sluiten