Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij monsieur Herz zelf naar zijn plannen te informeeren," had rustig madame Dutoit geantwoord, met een zoo klaar-sterken blik van haar fel-bruine oogen, dat, betrapt, Hortense de hare had moeten neerslaan. Zij kleurde nu nog van ergernis en spijt bij Emile's gelijkluidende vraag.

— „Ja...," zei Carpentier bedrukt, „Herz zal natuurlijk met haar meegaan..." Hij trok met een paaT mummelende smakjes zijn onderlip ver over zijn borstel-snorretje en ging neerslachtig de ingekomen huren in de spiegelkast nakijken.

Monsieur Reuilly kwam vroeg opdagen dien middag. Carpentier had een heet hoofd vol klachten en bezwaren en hij was onrustig, want de huuropzegging van Dutoit zat hem dwars. Maar Reuilly scheen gehaast; even had hij korzelig gekeken bij Carpentiers verhaal, dan, als die wou gaan uitwijden over dat groote magazijn in de Rue Drouot, zei hij kort-aangebonden: „Zoo, nu, het doet me in ieder geval genoegen, dat madame Dutoit om redenen, onafhankelijk van dit huis, vertrekt; maar dadelijk te huur hangen, nietwaar ? Laten we hopen, dat het weer even gauw weg zal zijn als de twee andere appartementen."

...„Is er niemand geweest voor den sous-sol?" vroeg hij nog terloops. — Het geld was in een ommezien afgedragen en om half drie reeds zat Carpentier met zijn vrijen middag voor zich aan het loge-raam, in een plotselingen terugslag van rust, die tevens een ontnuchtering was.

Zulk een ontnuchtering onderging hij min of meer na elk bezoek van den eigenaar; nog nooit had hij eens zoo breedvoerig en zakelijk als hem dat een behoefte was, al zijn moeilijkheden kunnen uiteenzetten en al zijn plannen te berde brengen.

f

Sluiten