Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Legüenne... Lourty... Dutoit..." dacht hij. Er was iets welvoldaans in hem en iets wrangs tegelijk.

— Dat manke karkas van een Dutoit, die als een groote dame zoo maar twee maanden van haar huishuur schieten liet, daar kon hij toch niet goed overheen komen... Intusschen, hij kreeg wel zijn zin: hij wóu haar eruit en zij ging eruit. Zij hadden haar dan ook genoeg te verstaan gegeven, dat een vrouw van haar positie in een huis als 't hunne niet op haar plaats was. 't Pleitte misschien nog voor haar, dat zij ten leste dat toch gevoeld had...

— En dat schilders-juffie dito!... een knappe meid anders! een bliksems knappe meid!... maar goed voor de rust van Hortense, dat ze 't hazenpad had gekozen; die was waarachtig jaloersch geweest!

Om half vier, van den laat dien dag langskomenden venter, kocht hij een „Patrie." De kerel, een magere sla-dood, die altijd beenen maakte of de politie hem op de hielen zat en uit zijn rooien kop schreeuwde als een bezetene, had een oogenblik de straat vol alarm gemaakt. Dan viel de vooravond-stilte weer in.

Carpentier, gezapig gedoken in zijn diepen trijpstoel, las nu het hoofdartikel van Millevoye: ,,La France et les Francs-Mafons"... Nou ja, dacht hij, die scheiding van Kerk en Staat, dat zou wel zoo'n vaart niet loopen... Als dat wijf van Dutoit nog een magazijn van tweeduizend franken huur in de Rue Drouot kon opzetten... nee, de macht van Rome, daar viel vooreerst niet aan te tornen...

Wat dommelig van zijn lekker-luie houding, staarde hij dan, met afwezige gedachten, boven een stuk van het feuilleton, dat hem niet interesseerde...

— Hoe was er onder zijn beheer al weer niet veel veranderd sinds het begin van dit jaar... Dat juffie... Dutoit... de Legüenne's weg... De Eourty's

Een huis vol menschen. 34

Sluiten