Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was... en dat waren zij... Die Marcel ook... altijd zoo'n handjegauw geweest...

Carpentier, onderuit gezakt in zijn stoel, zat, zijn twee handen droomerig rechtuit op zijn knieën en zijn hoofd wat terzij tegen zijn halsboordje. Zijn gezicht stond ouder zoo dan in de bedrijvigheid van zijn dagelijksche doening, maar het was van een zoo vreedzame zachtmoedigheid, dat zelfs het altijd booze oog, stil dicht-liggend nu met wassige vleeschvouwtjes, weerloos als de gesloten oogen van een die slaapt, goedig leek en bijna aandoenlijk.

Er was een licht gerucht aan de voordeur... spichtig en bedeesd, in een blauw katoenen blousje met witte figuurtjes en met een zwart kanten kapotje op, verscheen madame Gros; — Gros, de buik vooruit, het hoofd wat voorover en de handen bungelend langs de zijden, voette haar na.

— „Wat zijn die laat vandaag," dacht Carpentier misprijzend, dadelijk helder wakker bij zijn huis en zijn menschen met al hun eigenaardigheden... „die hebben weer te lang op hun bank gezeten... 't lijkt wel of ze 'm hebben gepacht..."

Dan slikte nog eens het voordeurslot; twee smalle gedaantetjes, beide gelijkelijk in het zwart satinet met een wit, geschulpt kraagje onder de bleeke gezichten, schoven als heimelijk de gang door.

— „De schimmetjes," verwonderde zich Carpentier. — 't Moest dan al half zeven zijn. Wat bleef Hortense lang weg!

Toen kwam ook monsieur Giraud thuis en even daarna monsieur Bertin.

— Ja, als Hortense daarginder eenmaal op haar praatstoel zat... hij kon nog wel een half uur moeten wachten Louis was ook niet vroeg vanmiddag!

Terwijl hij dit dacht, streek er opeens iets voorbij

Sluiten