Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij blz. 45. „crèmerie" : melk-, boter-, kaas- en eieren-winkel, „blanchisseuse": waschvrouw en strijkster.

„Lingerie fine" enz. : „fijn linnengoed; men naait met de machine."

„ „47. „porteuse de pain" : brood-rondbrengster.

„femme de ménage" : de dikwijls getrouwde vrouw, die bij de menschen werkt en kookt. Een meid houden te Parijs is duur; niet alleen aan loon, maar ook aan huisvesting (de dienstboden slapen gewoonlijk in apart te huren kamers op de bovenste verdieping); de beknoptheid der behuizingen in aanmerking genomen, is, bij middenslag-huishoudens, een meid ook overbodig; zoo hebben dus alleen aanzienlijke of meer gegoede families, groote gezinnen of pensions, een meid, — gewone menschen een „femme de ménage," die in een uur of wat het appartement schoon houdt, en kookt, „ordures": de „vuilnis," die 's morgens vóór achten of 's avonds na zevenen in een apart hok van het sousterrain moet worden gebracht.

„ „ 49. „Wat zijn die weer vroeg klaar met eten" ... Het etensuur te Parijs is tusschen 7 en 8 uur.

„ „52. „gargote" : klein restaurant.

een „tabac" is een zaak, meestal een café, waar zich ook een dépot bevindt van de Staats-tabak-en-sigarenfabrieken. Gewoonlijk kan men er ook postzegels koopen, en bevindt zich buiten, onder het winkelraam, een „boite aux lettres" (brievenbus). De gelegenheid is doorgaans te herkennen aan een reuzensigaar tot uithangbord, of een rood-gekleurde lantaarn.

„sale boite" : (eigenl.: vuile doos), hier: „beroerd hok." Jozette bedoelt „le cent-dix-huit".

„ „ 53. „crétin" : poen.

„Nous les petits marlous": liedje van Aristide Bruant, den beroemden Chansonnier: „Wij de patsertjes" ...

„ „ 54. „perles du Japon" : een soort soep met groot-korrelige sago.

Sluiten