Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1870—71 en de daarop gevolgde annexatie van Elzas-Lotharingen door Duitschland.

„la-bas, dans 1'esclavage" : „daarginds, in de slavernij," nral. onder de overheersching van Pruisen.

Bij blz. 246. „pays" : geboortestreek ; „patrie" : vaderland.

„ „ 247. — „N'est-ce pas, chère Madame enz.": Monsieur Combes (de toenmalige minister-president) kan misschien wat arme kloosterlingen verjagen, maar... deze hoed ? ... hm .. . een zwarte voering ... 'ns kijken . . . zooals ik zei, laten ze ons verjagen ! God zal men niét verjagen uit..

„bourdalou": een platte band om den hoed.

„ „ 248. „cordelière" : een koord met kwastjes.

„ „ 253. „marchande du Temple" : een van de oude-kleerenopkoopsters van de lorren-markt, die boven in de overdekte „marché du Temple" is (dit marktgebouw zelf heet aldus naar het „quartier du Temple" waarin het staat, en dat op zijn beurt zijn naam dankt aan de beruchte „Temple"-gevangenis der Fransche Revolutie.)

„ „ 254. „bicornes": langwerpige steekhoeden (de gewone).

„ „ 255. „tirettes" : koordlusjes. De daar bedoelde „steek" is de ouderwetsche drie-kante steek, de „tricorne." „feutre ras rigide" : zie bij blz. 82. „dit imper" : „ook wel „imper" genoemd."

„ „ 256. „Frères des Ecoles Chrétiennes" : de Broeders der Christelijke Scholen, een machtige congregatie, die voortreffelijke scholen bestuurde.

„tonsuurtjes" = de kruinkapjes, ronde kalotjes, die

juist de tonsuur bedekken.

„barette a quatre cornes" = koormuts met vier kammen.

„Soli Deo," ander woord voor het kruinkapje, ook wel aldus genoemd, omdat de priester het slechts voor het altaar, soli deo = alleen voor God, van 't hoofd licht.

„ „ 260. „la calotte" : eigenl. het tonsuurtje of kruinkapje, figuurlijk (en minachtend) voor de geheele Room» sche kerk met den aankleve van die.

Sluiten