Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is. Men eet dan gewoonlijk een paar taartjes, een broodje, wat chocola.

de „kastanjebrader" in de hoeken van tweederangscafés, dikwijls ook van een „tabac," is een onmisbaar type van het wintersche Parijs.

Bij blz. 324. „complet" : „vol."

325. De „Métropolitain" : de ondergrondsche electrische spoorweg, die echter in de buitenwijken ook vaak boven den grond, over viaducten, loopt.

Onder „de spoor van Sceaux" : zie bij bl. 24. De „gare Denfert-Rochereau" is het station, volgend op „Port-Royal."

„326. „Ie Petit Journal" : het meest verspreide volksblad.

328. „Va pour ton cimetière": „loop heen met je kerkhof!"

„ „ 329. Apachen: het schuim van Parijs, berucht om hun gevaarlijkheid.

r, >» 33°* nargot" • zie bij bl. 32.

» » 331* «Fichez-raoi la paix" enz.: „Verrek! zes franken! gemeene smeerlap!"

„ „ 332. „Rien" : „niets." ^ . ..

n - 333- „Je veux ben prend' <ja" (bien prendre): „Ik wil dat ding wel nemen."

„occasion" : koopje, „cent sous" : vijf frank.

„farce" : klucht.

_ „ 334* Au revoire: dat slepende re, toch dikwijls de uitspraak al, leent zich bizonder tot zingen.

„ „ 342. „cours d'histoire des industries d'art" : cursus in de geschiedenis der kunstnijverheid.

d „ 343. de la Roque: een van de leeraren der „Arts Décoratifs."

„pension," d. w. z. een soort abonnement op ontbijt

en diner.

„plat" : „gerecht."

„ „ 344. „cours de dessin" : teeken-cursus.

„patron" : naam dien de leerlingen van een „schilder," op de „Ecole des Beaux Arts" aan hun „meester" geven. Op de „Arts Décoratifs" nam men dien wat grootscheepschen naam voor den „teekenleeraar" (die echter dikwijls wel een kunstenaar is) over.

Sluiten