Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij blz. 345. „de Rue Bonaparte," d. w. z. de „Ecole des Beaux Arts," de Academie van Beeldende Kunst, in genoemde straat gelegen.

„ce soleil. . . cette fraicheur ... cette intensité" : „die zon... die frischheid ... die doordringendheid!"

„ „ 346. de „rive gauche," de linker Seine-oever, d. i. de zuidelijke helft van Parijs.

v n 348- „molières" : lage schoenen.

n v 349- „zibelinen étole" : eigenl. een „stool" (kleedingstuk der R. C. priesters), een breede, platte boa van een kostbare soort grijs bont.

„flonkerend van edelsteenen over het zacht glacé" : voor vrouwen, die vele en kostbare ringen dragen, had men toen de nieuwigheid van handschoenen met openingen bóven op de vingers, zoodat de ringen daar vrij bovenuit kwamen te zitten. Werkelijk voorname vrouwen echter hebben aan die ietwat protsige dracht nooit meegedaan.

„hors d'ceuvres" : de eetlust opwekkende voor-gerechtjes, als sardinetjes, radijs, aardappel-sla'tje enz.

n n 35°- e«n „couvert" : een „lepel en vork."

n 11 35'• -d(' Parijsche chic, een beetje ver-groend" : men kan nml. in Parijs overal wonen (behalve dan in beruchte straten), omdat de stad te groot is, dan dat er iemand precies zou weten, of in deze of gene oogenschijnlijk wat minder mooie straat of minder rijke wijk niet toch heel goede huizen kunnen staan. En een artist, die om zoovele redenen het wonen hier of daar verkiezen kan, zou men nóóit aanzien op de straat, waar hij woont.

* n 352- „Tu ne me reconnais plus?" : „Herken je me niet meer?"

n v 353- „Amies d'atelier" enz.: „We kennen elkaar nog van den winkel.. . maar dat's lang geleden ..." „Donc" enz.: „Dus, je bent niet meer met dien Thierry."

„J'ai a te parler" enz.: „'k Moet je wat zeggen ... meneer koopt daarginds wel even een sigaar..."

Sluiten