Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overigens, de leden der Commissie van schoone kunsten zullen uitgenoodigd worden in het werkhuis van den beeldhouwer, en zullen er met hem de verbeteringen bespreken, welke zij noodig achten, bij voorbeeld over haartooisel,helm, voetstuk en drapeering, of andere onderdeelen, die hun aanstoot mochten gegeven hebben.

Nochtans zijn misschien voorbehoudingen te maken omtrent deze raadpleging, en ik vat ze samen in de toepassing, welke kan getrokken worden uit de volgende geschiedenis, legende of sprookje, welke dit soort van referendum mij in het geheugen roept.

Phidias, de groote Grieksche beeldhouwer, had eens het denkbeeld opgevat een gewrocht te beitelen volgens de aanduidingen van het publiek. Hij vervaardigde eene maquette en stelde ze ten toon; het regende aanmerkingen, wenken, aanwijzingen, raadgevingen en kwinkslagen, juist gelijk heden rondom het Willemsmonument. De kunstenaar maakte twee beelden, een naai aanv* ijzingen van de menigte en een ander naar zijn eigen ideaal; het eerste was een monster, het tweede een goddelijk meesterstuk.

Mijne Heeren, de Gentsche bevolking, een oogenblik misleid door de drogredenen, tegen het W illemsmonument uitgekraamd, is thans weder tot bezinning gekomen en, evenals voor de groep van den Heer De Rudder, heeft de genius der waarheid haar den blinddoek afgerukt. Yan velen, en zelfs onder de aanzienlijksten, die dezer dagen met het monument kennis maakten, heb ik de verklaring hooren afleggen* Foei, wij hebben ons weder om den tuin laten leiden door ons blad, wij gelooven te licht al wat gedrukt staat zonder te onderzoeken van waar het komt, en spijtig en beschaamd over hunne schaapschheid a la Panurge, deden zij eereboete en jonden eenen milden penning voor het gedenkteeken.

Heeft het gedenkteeken de menigte voor zich, het mag zich ook verheugen in de goedkeuring van het puik der artistenwereld en der gezaghebbendste kenners. Gisteren nog zegde mij een hoog geplaatst en bevoegd persoon : « Het is waar. de anti-W illemsisten -— vijt mannen en een korporaal — schreeuwen voor duizend, doch stel tegenover elkander de verdedigers en de verguizers, de keus kan niet twijfelachtig zijn. Aan den eenen kant, vervolgde hij, ua\ keurraad met de kunstenaars Tijtgadt, Lybaert, Claus, Wante en Burgemeester Rratjn aan het hoofd, en aan den anderen kant ongeteekende dagbladartikelen. Komt er al een tusschen dat onderteekend is, het is toch zoo ondoyant en onvast, het slaat en geneest,

Overigens, de leden der Commissie van schoone kunsten zullen uitgenoodigd worden in het werkhuis van den beeldhouwer, en zullen er met hem de verbeteringen bespreken, welke zij noodig achten, bij voorbeeld over haartooisel,helm, voetstuk en drapeering, of andere onderdeelen, die hun aanstoot mochten gegeven hebben.

Nochtans zijn misschien voorbehoudingen te maken omtrent deze raadpleging, en ik vat ze samen in de toepassing, welke kan getrokken worden uit de volgende geschiedenis, legende of sprookje, welke dit soort van referendum mij in het geheugen roept.

Phidias, de groote Grieksche beeldhouwer, had eens het denkbeeld opgevat een gewrocht te beitelen volgens de aanduidingen van het publiek. Hij vervaardigde eene maquette en stelde ze ten toon; het regende aanmerkingen, wenken, aanwijzingen, raadgevingen en kwinkslagen, juist gelijk heden rondom het Willemsmonument. De kunstenaar maakte twee beelden, een naai aan"\\ ijzingen van de menigte en een ander naar zijn eigen ideaal; het eerste was een monster, het tweede een goddelijk meesterstuk.

Mijne Heeren, de Gentsche bevolking, een oogenblik misleid door de drogredenen, tegen het illemsmonument uitgekraamd, is thans weder tot bezinning gekomen en, evenals voor de groep yan den Heer De Rudder, heeft de genius der waarheid haar den blinddoek afgerukt. Yan velen, en zelfs onder de aanzienlijksten, die dezer dagen met het monument kennis maakten, heb ik de verklaring hooren afleggen* Foei, wij hebben ons weder om den tuin laten leiden door ons blad, wij gelooven te licht al wat gedrukt staat zonder te onderzoeken van waar het komt, en spijtig en beschaamd over hunne schaapschheid a la Panurge, deden zij eereboete en jonden eenen milden penning voor het gedenkteeken.

Heeft het gedenkteeken de menigte voor zich, het mag zich ook verheugen in de goedkeuring van het puik der artistenw eield en der gezaghebbendste kenners. Gisteren nog zegde mij een hoog geplaatst en bevoegd persoon : « Het is waar, de anti-W illemsisten -— vijt mannen en een korporaal — schreeuwen voor duizend, doch stel tegenover elkander de verdedigers en de verguizers, de keus kan niet twijfelachtig zijn. Aan den eenen kant, vervolgde hij, ua\ keurraad met de kunstenaars Tijtgadt, Lybaert, Claus, Wante en Burgemeester Braun aan het hoofd, en aan den anderen kant ongeteekende dagbladartikelen. Komt er al een tusschen dat onderteekend is, het is toch zoo ondoyant en onvast, het slaat en geneest,

Sluiten