Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het hoofdbestuur heeft nooit gedacht, Wat ik mijn land heb toegebracht, De grooten die wellicht langs mij schreden.

Zijn hoogverheven, aangebeden En i'< verdwijn in arren'ioe,

Tieialiere. enz.

Zoo zwerf ik sedert jaren rond.

Verlaten en vergeten,

'k Heb niets mper dan mijn trouwe hond

Gelijk met mij versleten,

Mijn haar moet wel gesneeuwvlokt zijn,

Ach lieve juffiouw in 't satijn, Gij knapen in geluk geboieu.

Die hier wellicht naar mijn lied hooren, Ach werp mij slechts een penning toe, Tiraliere, enz.

Zoo zong de zanger van 't gehucht,

Bij t draaien van zijn orgel, Eu menigeen verstiet een zucht Van medelij in den gorgel, Men schonk hem geld, men gaf hem brood,

En kleede 't, lijf, tendeels ontbloot. En toen ging de zanger henen,

Opeens was hij in 't woud verdwenen. Nog weerklonk mij zijn orgel toe: Tiraliere, enz.

Sluiten