Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elf September ten half twaalf Werd de dood hun aangezegd,

Dat zij toen zonden moeten sterven,

Maar de elfde kreeg pardon,

O neen, sprak hij met helsche moed, Want de dood is mijn verlangen,

Hetgeen gij aan mijn broeders doet.

In strikken werden zij gebonden, En vier wapens gekommandeerd,

Buiten de Berliner poort gezonden,

Zoo te worden getransporteerd.

Maar toen sprak de heer van Helden, Deze moeite laat maar staan.

Want we hebben nog wel zooveel moed, Om naar ons graf te gaan.

Toen zij kwamen op de heide. Elf grafsteenen zagen zij daar staan, Zoodat de een tegen de ander zeide, Ach broeders ziet ons rustplaats aan. Maar toen sprak de heer van Helden, Broeders hebt gij ook nog geld,

Laten wij het dan te samenstellen,

Want wij raken aan ons end.

Want ons lichaam moet onder de aarde Door de wormen zi]n verteerd,

Zij zullen op ons grafsteen schrijven,

Hier liggen elf officieren.

Vivat vuurt op ons aan,

Kozakken vuurt maar op ons aan.

Want het is met ons gedaan.

Sluiten