Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elk Liedje kost een Flesch.

Wijze: Toen Pierlala lag in de kist.

Gij vergt mij dat ik zingen zal,

Dat heb ik niet geleerd,

Mijn keel is schor en ik wat mal,

Maar als gij 't toch begeert,

Welaan dan, luistert naar mijn lied. Maar zingen is mijn ambacht niet, En zoo u dit niet aan en staat,

Loop dan waar 't beter gaat.

Een mensch dat is een aardig dier,

Een knaapje is toch geen wijf, Een ieder malt op zijn manier

Is twee en drie geen vijf?

Een Meisje is niet van hout gemaakt, Elk eet liefst wat hem 't lekkerst smaakt, En 't geen ik u verzek'ren kan,

iMijn vader was een man.

Ik wensch den vrienden al te maal,

Te leven in dit jaar,

Mijn beurs is plat en ik wat kaal,

Twee hoenders maakt een paar. Een vogel is een pluimgediert, Een nachtuil veel in 't donker zwiert. En zoo men in de boeken leest, Een varken is een beest.

Wanneer ik alles wel beschouw,

Een kat heeft maar een staart, Een raaf is altijd in den rouw,

Ook dan wanneer hij paart.

Maar 't wonderbaarste van dit al, Is 't geen ik u verhalen zal,

Sluiten