Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch in deez' tijd kwam 't uur van baren nader,

Dat de pijn en smart zou komen aan. De ouders zagen zulks te gader,

^ Spraken hun kind in dezer voege aan : Zeg ons mijn kind wie zal de vader wezen,

Of wie heeft u zoo schandelijk verleid ? Och lieve ouders een ridder moet het wezen, Hij zwoer mij trouw tot in der eeuwigheid.

5 Doch kind, waar blijft ge toch met uwe zinnen,

Dat gij deez zaak niet eerst hebt nagedacht, Dat een ridder u toch nimmer zal beminnen Dewijl hij zoozeer de boerenstand veracht. Zg baart de Vrucht en smart doet haar verteeren,

Zjj heet hem Rudolph naar zijn vader groot, Zweert zij zich zelf, als hij haar niet zal eeren, Om ridder Rudolph te brengen tot den dood'.

6 Doch eene vijf of zes jaren na dezen,

1 oen kwam de grootste smart eerst aan; Toen Ridder Rudolph kwam teruggetreden,

Met een dame uit het Fransche land, Met welke hij was in den echt getreden,

En gaf Emma veel geld tot onderstand, uoeh om de eer zoo was zij niet tevreden, Bedacht dat een van beiden moest van kant.

7 Het vele geld deed zij terstond besteden,

Hoort toch eens wat de zui vre liefde doet, Om met hem in 't strijdperk te treden,

En een van beiden stroomen zou hun bloed, Heeft zij zich ridderkleederen doen bezorgen,

Helm, harnas, pallas en karabijn.

Ze zond een bode reeds in den vroegen morgen Dat Ridder Rudolh in 't strijdperk moest zijn.

8 De bode is nu bij 't kasteel gekomen,

Handschoen en brief hem daar ter hand gesteld, es ridders knecht heeft zulks aangenomen,

Sluiten