Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D'r zal d'r wel zoo een te vinden zijn. In Amerika zijn ze dol

op blonde vrouwen. Nog beter de hoer spelen dan zoo'n" , zei

ze bijna woest.

„Spreek toch wat zachter voor den koetsier!.. . Als je van je kinderen hield, zou je zoo iets niet zeggen."

„Ik höii veel van ze. 'k Sappel alléén voor me kinderen .... Maar wat heb ik an me leven ?.... Hoe mot 't gaan as ze ouwer zijn?... Hij verdient goed geld... Met mij gaan ze, gaan ze... 'n beroerde toekomst in .... Zie je nou wel! Als ik met jóu 'n kwartier spreek, wor 'k altijd zoo triestig, da'k wel dood zou willen wezen!"....

„Wil je gelooven dat ik blij ben als je me dat zegt?"

„Daar begrijp ik weer niks van dominee."

„'k Zie je graag zóó, zooals je nóu over me zit. Zóó met je verdriet en ik als je vrind."

„Je ben 'n goeie vent. Je ben niet mooi, maar ik mag je wel." knikte ze.

En zoo praatten we door, rustig, vriéndelijk, met vlagen van ruzie, snuffelend als vreemden, die eikaars leven trachtten te benaderen.

Aan 't strand was 't vol. Heel vervloekt-mondain Haagje luierde in badstoelen. Je had er geldpatsers, deftige Geheimraths, jodenfamilies met jodenpa, jodenma en een half dozijn bij-de-pinken jodenkindjes, je had er Fransch pratende referendaris-dochters, lorgnettende Duitsche patroons-zoontjes, rijk geworden slagers, in één woord het gewone strandproletariaat, dat voor dure centen lucht koopt. De zee ziet er verrassend-bourgeois uit, met zóó'n verzameling op den voorgrond, als een ouwe leeuw die last van wurmen, als eene kleffe burgerjuffrouw, die een lavement noodig heeft. Bij de zee voel ik twee dingen, breedheid en wijsheid. Maar breedheid en wijsheid worden verdrongen door m'n gróote haat voor dat volk, voor dat minne volk van corsetten, haklaarzen, hooge boorden, voor dat schuim, dat de aarde verpest in liefdelooze koestering van buik- en buikaanhangsels. Alle breedheid, alle wijsheid van zee verstikken in je walg voor dit geaffecteerd geld-zoodje, voor 't heidensch, zelfzuchtig tuig, dat gedrochtelijk grootgegroeid, z'n leven verstuiptrekt in stadszwijnderij, in geluk van 'n titel, in verrukking van geld, dat liefdadige instellingen beheert en arme kraamvrouwen 11 soepie zendt, dat bestuurslid en vorstje speelt bij 'n kliek dooie stum-

Sluiten