Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Niét waar!"

„Op me woord."

„Wel allemachtig! Heb je ze bij Riche zien binnen gaan?"

„Daar he'k niet opgelet."

„Als 'k zoo iets merk, waarschuw 'k hem."

„Zou jij 'n vrind waarschuwe, als je wat zag?"

„Me vrinde zeker."

„Zou jij me waarschuwe ... als."

„Natuurlijk."

„ ... Dat is wa'k je straks vragen wou" ...

„ Moest 'k je dat beloove ?" ...

„ ... Ja... dat."

„ ... Als 'k ooit iets van Guus merk, zal 'k 't jou én haar zegge — zonder 'r doekjes om te winde... Maar weet je wat 'r 't gevolg van is — van zoo'n openhartigheid?"

„Nou ?"

„Dat je dan breekt."

„Ben je dol ? Breke als je 'n vrindschapsdienst bewijst ?"

Je doet 't uit 'n gevoel van eerlijkheid — maar als jullie — om jullie als voorbeeld te neme — je later weer verzoent — is de waarschuwer 't kind van de rekening en als je je niet verzoent, vergeef jij 't nooit da'k je met je poot uit je sprenkel getrokke heb ! Hahaha!"

„Bij God niet!"

„Maar, waarschuwe zóu 'k je toch. Daar geef 'k je m'n woord op."

„Daar ben ik je dankbaar voor," zegt hij, stevig.

Guus zit in 'n opgeruimde kamer. De kachel brandt, de lamp hangt laag op de tafel. Moos en Trees zijn net gekomen. De vrouwen zoenen elkaar. Wij „feliciteeren". Trees heeft 'n cadeautje gekocht, 'n portemonnaie, die Guus snoezig vindt, op den schoorsteen legt, in 'n hoek. We beginnen met koffie. Guus is huiselijk van avond. Nog nooit heb 'k 'r zoo bedrijvig gezien. Zelf gaat ze naar de keuken, haalt kopjes, bedient ons met 'n air van zien-jullie-hoe-rot-huiselijk-ik-ben ? Met z'n zessen — wel toevallig: drie paren — praten we over koetjes en kalfjes. Precies 'n knuffe burgermansvisite. Om twaalf uur komen Karei en Duif met Stientje, die 'n kinderrolletje gespeeld heeft. Duif en Karei brengen 't lawaai mee.

„Jessus, jessus," zegt Duif: wat 'n tortelduive zitte d'r hier. —

Sluiten