Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Da's pappa, niet?", vraagt ze, het portret van haar vader dat op den schoorsteen staat, aanwijzend.

„Nee, maar — die is goed, Mol!", lach ik. „Heb je zijn portret op den schoorsteen gezet?"

En ik begin ook zoo'n beetje op te ruimen, open het geheimzinnige pak, waarin platen van Chéret, etsen van BauerenVeth. Terwijl vertelt Georgine van de verhuizing, van juffrouw Bok... „ ... En alles alleen ingepakt, Alf, en dat getob om 'n kruier te vinde en dat gedraai van die kruiers — en onderweg 'n koffer afgevalle — en hier trijsche — en uitpakke. — Hoor is, dat doe je niet voor je plezier... Kijk de linnenkast is. — Netjes hè?... Da's zoo göddelek om van die stapels goed te hebbe... En da's de kast voor de kleere. — Zie je, jouw chamberloek hangt 'r en je toffels staan 'r onder. — Wat gezellig, hè? — Wat goddelijk gezellig! — Da's 'n rommelkast. — Die hoejedooze zal 'k nog 'n ander plaasje geve. — Maar je mot wat meer goed van je zende. — 'n Bóél goed in de kaste staat zoo gezellig. — 'k Heb an de juffrouw gezegd dat jouw koffers nog ingepakt staan, begrijp je ? — Ze keek zoo raar omdat ze geen goed van jóu zag. — Kijk nou de slaapkamer is. — Wat lekker, hè? 'k Heb twee handdoeke voor jou gevraagd en 'n groote teil voor 'n zitbad. — Wat goddelek, om nou is 'n heele nacht bij elkaar te zijn — de éérste, hè? — de éérste nacht als man en vrouw, héélemaal. — Die juffrouw Thomas is een tref. — Daar boffen we mee. — Ze speelt mevrouw voor en mevrouw na... 'k Heb 'r 'n nieuw lint van me gegeve. Da's wel goed, hè? — om 'r te vrind te houe..." —

„Niet zoo hard van stapel loopen," vermaan ik wijs: „'t Is beter om Pijp-juffrouwe op 'n afstand te houen. Ze worden van zélf wel eigen ..."

Op den wieblenden trijpen stoel, sta ik en licht een prachtige prent van wijlen juffrouw Thomas' papa uit de haak. Willem n en Willem ni glimlachen zeer welwillend naast de schoone inscriptie „Eerelid der Nederlandsche Boekbindersvereeniging". Hare Majesteiten komen op den grond te staan en de plaat van Chéret: de „juffrouw met de lamp" kleurt in eens den héelen wand. Georgine kijkt op 'n afstand of-die recht hangt, Kaatje houdt 't doosje met de punaises bij mijn kuit. „Nee 'n beetje hooger. Nog 'n beetje. Nou hangt-ie recht. Neem nou geen punaises in je mond, Alf. — Prik je

É

Sluiten