Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vóór, in den winkel, met een zoetsappige gemeenzaamheid, met eene ingehouden hartstochtelijkheid die scherpe lijnen in z'n beenigen kop had gevreten. Slaperig schrapte hij z'n gewone klanten, sprak over 't weer, vertelde vuile moppen an de buren. Als ik me liet scheren kwam-ie dikwijls los. Ik had n pré. Den meneer, die met 'n getrouwde vrouw leefde, vond-ie een zoo schunnig, ganschelijk te vertrouwen mensch, dat-ie zich niet kón inhouen, dat ie zwijnigheden aan Fritsje zei, die graag door m onderwezen werd en verhalen deed van n paar mintenees, die hij kapte als ze uit gingen. Ook bediende hij 'n rendezvous in Govert Flinckstraat. Als-ie daarvan vertelde, zakte z'n stem voor de gehoorigheid, lichtten z'n zwarte oogen in 't doodskop-gezicht, schoor hij met kleine voorzichtige zetjes, omdat z n hand te veel bibberde voor lange halen. Ik verlangde zijn gore verhalen niet te hooren, maar de meneer, dien hij dagelijks om zich had, die r 'n „mintenee" op na hield, die stelde stilzwijgend belang in de warme, heetschrijnende gedachtetjes, die zijn mager barbierslichaam verschrompelden.

„ ... Yan morge bien iek weer ien die Govert Flienckstraat geweest. — Daar ies nou een bieldschoone meid mijneer... Daar gaat je piepel bij staan, hèhèhè !... Dat zou iets voor Frietz zijn ... Bieldschoon, mijneer ... En die zat ien haar oenderlijfje en moest iek kappen ... Joeffrou zei iek — iek zou wel ies wielle . Ja, dat gloof iek wol zei zij — als jij maar sjente heb, wie ? — En toen vertelde zij mijn — als je viel ien zoo n rendeewoe komt raak je gauw partikoelier — dat daar giesteravond een mijneer van die Nassaukade — zijn naam ben iek vergete — door die polizei uitgehaald ies geworden. — Die wou óok voor nieks, hèhèhè!... Wie'k wel geloove ... En toen vertelde zij mij nog een goeie ... Die heer ... Ies 't mes wol goed ?... Ja ? ... had haar ausgeschimpft voor miespoent omdat madam t niet wou ... toen had zij èm gezeid : „Miespoent ? Miespoent ?... Miespoent ies wat achter jou hemmetje zit!" Hèhèhè !... Goed, wie ?.. . Ja, da's een bieldschoone meid ... De prammetjes van mijn vrouw zijn 'r nieks bij... Mijn vrouw is zoo plat wie een pfannekoek... hèhèhè... Maar zoo eens an een bieldschoone meid te smulle vóór mijn dood... Daar leg iek elke week één doebeltje voor wreg, niewaar Frietz? En dan gaan Frietz en iek samen naar die hoere, niewaar Frietz ?... Klaar, mijneer."

Achter elk zinnetje kwam 'n schrapertje van 't mes. Zwaar

Sluiten