Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ ... Nou maar de juffrouw sal u wel betale — as u maar op

'n meer gelege tijd komt..

„Dat doet 'r niet toe. Ik zeg maar juffrouw dat 't 'n gemeene streek is, om andermans goed naar de Lommerd te brenge ... Jawel we zijn 'r achter gekomme ... Als de Maatschappij wil, dan is de juffrouw 'r leelijk bij, hoor

„Nou ja ... Nou-ja ... soo'n vaart sal 't niet loope."

„Nou dag juffrouw."

„Nou dag meneer."

„Wat diè 'n lol heeft," zei Georgine woedend: „zoo'n vüilik om die man uit te hoore... — „Laat ze haar pleizier hebbe." — „En allemaal joüw schuld." — „Wel zéker." „Ik had m wel weggekrege met een of twee gulden op af betaling... Dat ellendige wijf... Die groèit 'r in ... Die heeft nou lol voor zès ... Ze heeft toch zoo de pest an me... Als ze me wat zegt, zal 'k 'r is op d'r plaats zette ... Stop me nou is in..— Om een uur, terwijl we koffie dronken klopte Doedelaar aan. „Mijnheer, d'r was vanmorge zoo éen spektakel... Wiel u asjeblief er voortaan aan denke dat vóór die wienkelies." — „Jawel. Zeker. Je hebt groot gelijk. Maar je moet toegeven, Doedelaar, als verstandig man" _ dat streelde hem, z'n waterige oogjes stonden een moment helderder — „dat 't van die vent onbehoorlijk is om zoo' vroeg te kome. 't Geld heb ik in me portefeuille. Maar als de mense brutaal worde doé 'k 't niet, al gaan ze op d 1 kop staan.

„Daarien heb u gelijk. Maar d'r was een klant, die dacht dat

mijn vrouw schoeld had — en dat ies onplijzierig, niewaar „'t Zal niemeer gebèure. Mag Frits strakjes die mense gaan betale ?" — „Wel zeker, mijneer ... lek zeg altijd maar: der goeie Got heeft ook schoeide — maar als ze ien den hemel skandaal kwame make, dan zou-die ook zegge: denk an mijn bure, niewaar ?" — „U mot niet met God spotte, zei Georgine benepen glimlachend. — „Ach was! Die ouwe jungen kan tegen een grappie, wie ?" — „Mensche die met Got spotte, worde vroeg of laat gestraft," meende Georgine, met iets hoog-blijds in haar stem, dat de barbier 't zoo goed opnam. — „Ach was," lachte Doedelaar flets: „hij durft mijn niet an!" — „Nou-nou-nou, meneer Doedelaar." — „'k Wéét te-veel van iem, hahaha— „'t Is toch niet goed," glimlachte Georgine. — „ ... Onze lieve heer is een schuine, wie ? Je mag niet echtbreke... En wat heeft hij met Maria gedaan en met die ouwe Sarah ?... Allemaal buite-

Sluiten