Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hou lij van den avond, 'k bedoel van den nacht . Jawel. Ik niet. 'k Doe me deur op 't nachtslot, kijkt de kasten na en nó- ben ik bang... Ik weet 't niet, maar 's nachts is alles zoo griezelig, vin je niet?... Ellek geluid... En je kan zoo mks zien " — „Wil ik je nog is bedienen?" — „Alsjeblief... Mevrouw Busse was even uit de kamer geweest.Nee, ik zal niéts meer eten," weerde ze af. - „Was je niet lekker, Aal vroeg haar man. - „'k Heb even me handen gewasschen. k Was wat zenuwachtig." - „Ben u weer heelemaal beter .

zei ik belangstellend. - „'k Heb me 'n injectie gegeven gauw in de voorkamer... Hè, dat maakt dadelijk een ander mensch van je," fluisterde ze. - Haar oogen stonden grooter strakker. Haar handen beefden van lichte ontroering. „ s a wel -oèd " - „Goed. Goed!... Wat kan mij dat schelen!

,. . „ ttop iaat is 't?" — „Zeven minuten."

Da s mijn sigaretje. — „noe iaat is „

_ Zeven en een half." — „Dan kunnen we net an t dessert zijn" Co, bel jij eens." - De meiden ruimden af, zetten dessertbordjes op tafel. Vla, gebak werden rondgediend en vader schonk zelf de glazen nog eens in. Het gesprek vlotte niet meer. Buiten klonken flauwe schoten en een enkele stoomboot op de rivier be-on te toeteren. In de ouwe doezelstemming, duwend den zilveren lepel in de stijfdrillende vla, dacht 'k hoe 't wezen zou in die andere hel-lichte kamer op 't Tarwenakker, of Georgine ook zóo zitten zou voor 'n witte tafel met zilverglimmers, of ze aan me dacht, aan me dacht. Was het wonder niet groot als 'r een gevoelstrooming ging - hoog door grijze luchten van het eene leven tot het ander? - en wiè waren er nog meer, verspreid in verlichte kamers, die mij interresseerden? -Dieen die èn die... Scherp, waar zou die zijn ?... Waarom was'k maar niet met Georgine èn Scherp èn Kaatje samen ? Waren dat met dé levens die me het naast stonden, was ik deze burgerlij weelderige kamer niet vér ontgroeid ? Zat ik er niet als 'n vreemde, een belangstellend-vreemde, als Busse, Hennette ? ... t Dee me niks — dat lekker eten — 't dee me niks dat „gezellig samenzijn — zoo huiselijk — zoo feestelijk — in den familiekring. Toch waren 't wel goeie menschen... had moeder iets onverklaarbaar-aantrekkelijks - was vader de ouwe, de ouwe- maar wat werden de zusters vréémd en de andere familie... Als je bericht kreeg dat-ze dóód waren — zou 't je wat doen ? — zou 't je wat dóén ? 't Was gemeèn aan zoo iets te denken hier bij de

Sluiten