Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tègengemaakt met d'r anmerkinge op die vetvlekke ?" .. „Hahaha!"... „La-me öok is lache," zegt Cornet, die 'n verveloos presenteerblad met brood, boter en 'n stukje kaas andraagt: „Daar hebbe jullie nou alles, jongens, wat 'r in huis is.. . Ben 'k niet rejaal ? ... Nou zulle wij ook is fijn soupeere, wat ? .. . Weet je wat 'k vanmiddag gegete heb ?... Raai is !... Me buikspreker en ik hebbe voor 'n maffie gedineerd en lekker . Niet mondjesmaat! Om de dood niet! Vol op... Doe jij me dat is na!... 'n Prachtige schelvisch van drie stuivers, 'n stuiver margarine en vijf cente aarpels ! ... Hahaha!. .. 't Is toch scharrele, goddoome!... 'k Mag 't wel. 'k Heb 'r lol in... Je zult zien op me ouwe dag krijg 'k nóg is 'n minteneur, maar dan laat 'k alles op mijn naam zette, wat? — Want de man alles van jou profiteere en jij later 'n villa op de Diergaardesingel — da's niet comme-il-faut, wat? N'est-ce pas, monsieur? Ah, moto de nom je parle mon frangais et if you like I will reply in English too! O zoo, je mot me zoo min niet taxeere ! Nou, wat wille jullie ? ... Mét of zónder kaas . .. Dobbele jongens wie de korst krijgt!"...— „Zou d'r nog niet 'n winkel ergens open zijn, juffrouw ?" — „Juffrouw ? Juffrouw ? Zeg maar Cornet. Geneer je niet!... 'n Winkel open! Da's nou 'n Rotterdammer! Alles is potdicht! Zoo! Ik 't korstje! Ik ben de gastvrouw, zeg... Toe maak nou geen kale complimente!'

„Nee — Cornet dan eet ik niet." — „Hè, wat 'n flauwsies." — „Als ik is bij jullie kom logeere, ete jullie de korstjes! Wacht nou zal 'k an je man me portretalbum is late kijke, hè ? Dan kan-die zien hoe 'k 'r vroeger uitzag. . . Je ben toch niet jaloersch op me?... Ouwetjes telle niet mee, hoor!" Ik eet de boterham, blader in het album. „ ... Hier hè-je me voor 't eerst. .. Zou je me herkenne in dat tricot?... 't Is erreg verschote . .. Toen was 'k achttien... Wat denk je da'k toen dee? — Niet zegge, Georgien! — Nou raai is ! — Toen werkte 'k an de trapéze. .. Voel me biceps is. — Staal, hè ? — 'k Had je genome, jongetje! 'k Zette 'n vijftigponder, hahaha ! Me zuster die dood is werkte an me beene ... Daar heb je d'r. — Mooie meid geweest, hé ? — Maar fatsoenlijk. — Die heeft zich niet zoo verzwabberd als ik. En tóch dood gegaan ! — Onze lieve heer die vraagt of je zwabbei't! — Die néémt — O zoo —Weet je wie dat is ? Raaiis?Got, dat ziet die niet eens! Dat ben ik weer. Veranderd, hè? Toen zong 'k bij Mulder — bij Piet Stijfsel, zèg, naast de Houten Verdommenis — dat was allemaal vóór jullie tijd. — Me heup was

Sluiten