Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„'k Zou 'm morge de huur opzegge," raadde schoonmama aan.

„Ach wel nee," zei ik kregel, met een benauwde krop in m'n keel: „wel nee... Late we döorspele ... Als die vuilik wat te zeggen heeft, kan-ie hier kommen... Ik ben niet verplicht af te luisteren wat-ie beneden vertelt. Als Georgine die handdoek en die servet op tijd had teruggegeven ..."

„Jawel!... Nou krijg ik weer de schuld!... Trek maar de partij van vreemde mense... Heb jij die servet niet verschroeid met 't glas van de lamp ? ..."

„Was dat dan voor jóu 'n reden..." verweet ik.

„Krijge jullie d'r nou geen rusie om," vroeg schoonmama, zenuwachtig, 'n Schoonmama is een erg aangenaam ding.

„Bemoei u d'r niet mee!" adviseerde Georgine, haar kaarten opnemend: „In elk geval zulle de kindere niet meer same slape!... Klaveren!... Is me dat 'n huis!... Yanmorge lag d'r weer 'n plek liondepies van die vent böve... Ruite heer!... Zóó'n plas... Daar bij 't kastje... en op 't brood was 'n haar van d'r ... Die vieze moffin!..."

Beneden zoemde stemgebrom, niet meer verstaanbaar. Ik begon te n e u r i e n ... To-ré-a-dor-en-gaa-a-a-aarde ... To-ré-ador!... Tor-é-a-dor!..

„Wat 'n sar ben jij," lachte Georgine, terwijl ik voortneuriede, immens-triestig. Zimmerschmerz-kamertjesklamheid. We maakten onze twééde ronde, wéér gestoord door Dirk, die met een bons kwam binnenvallen.

„Wat zie jij d'r uit!" riep ik.

„Wat is 'r?"

„Jezis, ik ben kapot! kapot!" schreeuwde hij.

„Wat is 'r dan?"

„Stientje legt op sterve!"

„Ach got!"

„Stientje van Duif?"

„Wat zeg je, Stien?" Het was een koor van angststemmen.

„Ga je even mee, Alf?" vroeg hij.

„Ik ga ook mee," zei Georgine.

„Neé. Je blijft thuis!"

„Nee, Georgine, ga jij niet mee. We moeten d'r vader nog zoeke!"

„Kan ik dan niet zoolang bij Duif gaan?"

„Ach nee kind, wat heb je 'r mee noodig!"

Sluiten