Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze wóu mee en er moest héél wat geredeneerd worden, voor 't haar uit 't hoofd gepraat was. Ik moest beloven voor 12 uur thuis te zijn.

„Da's óok 'n mislukt kaaretje," meende schoonmama — Kloos opnemend...

Een dik uur zochten we de stad af. Meijer was nergens te vinden, bij Mast niet, in de Quelle niet, in De qroote Slok niet, bij Suisse niet — „Late we naar Duif gaan," zei Dirk: „je zult 'm van avond nérgens vinde. Voorstelling heeft-ie niet. Gód weet waar die met z'n getrouwde vrouw uithangt" —„Nee. Wemoéte 'm hebbe" — „We moete! We moete!... Me geduld is op" — „Hij zal wel èrgens zitte" — „'t Is over elve" — „Weet je niet waar die getrouwde vrouw woont?" — „Die 's ook goed van je, zég, nee dié is verdomd goed!... Bel jij maar is an en vraag om ménéer te spreke!", lachte Dirk. — „Ik geneer me 'r niks voor." — „Onzin" — Zulle we nog is kijke bij Kras?" — „Daar komt-ie nóóit" — 'n geringe moeite ... Is die daar niet, dan gaan we naar Duif."

Vóór was-ie niet. Achter, zoekend, tafeltje na tafeltje, zagen we hem zitten, gelukkig —, in gezelschap van de ouwe dame, die hem „mentineerde" zooals Duif t noemde en van den man dezer dame als facheux troisième. Dirk riep hem even weg van zijn halve gebraden eendebout. Hij schrikte. Zijn mond werd spits-klein in het geverfd gelaat.

„... Wat zé-je! Wat zé-je! 'kGa dadelijk mee — 'k Zal me

even excuseere" ...

Met z'n servet veegde hij het eendeboutenvet van z'n mond, praatte radjes met de dame, wier ouwelijk-sentimenteel gezicht spijtig vertrok. Zij wees met 'n glimlach van zou-je-niet-eerst* afeten? naar de halve eendebout. De meneer spreidde z'n handen in vragend gevouw, maar Meijer schudde driftigjes 't hoofd, wees op ons, boog een paar maal, trok z'n pels aan.

„Wel godverdomme, Dirrek, is 't zóo erg?"

„Bar erreg."

„En nou woue die mense me nog niet eens late gaan Zij, die dame, was jarig. — Ik had geen lust de reden te zegge begrijp je? Begrijp je? Dat geeft allemaal nutteloos gedonderjaag... Is 't zoo èrreg ?... 't Zal wel overdrijving zijn, hé?... 'k Zou om den dood niet wille dat mijn kind.. .

Sluiten