Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zenuwachtig-huilend hield ze 't kind rechtop.

„Kalmte, Mol... Je maakt Ka nog méér overstuur ... t Za wel overgaan ... Niet zoo opgewonden. ^

't Borstje kraakte, de kuch reutelde op van héél diep, als n benauwd stikgeluid, naslepend met snerpende hijgingen. „O mamma!" ...

„Ze stikt... God! God! Ze stikt!"

Als 'n krankzinnige trok ze zich de haren uit 't hoofd. Ik ha Ka op m'n schoot genomen, hield haar wat voorover, klopte zacht op 't rugje. De bui bedaarde. Ka lachte weer. Maar Georgine, op van die rekkende spanning, óp van moeheid, lag in de voorkamer te snikken, 'k Stopte Ka onder 't dek, probeerde haar te troosten. Zij weerde me af... „La-me maar liggen!... La-me maar dood gaan! dóód!... God straft me !... Me Kaatje, me Kaatje! O God! o God!... Als alles verrekte I... als 'k honger most lijde ... als 'k geen droog brood te eten had !... Alles goed! alles!... Maar me Kaatje !... Me engel van 'n Kaatje !... Waar 'k zoo alles van hou... méér dan van 't andere kind al is 't slecht van me!,.. Praat 'r niet tegen in!... Wat hellept prate!... Je ziet wel da'k 'r verlieze zal!... Yerlieze! Verlieze !... En 't is me straf... me straf... de straf van God!... Ben 'k geen overspelige vrouw ? ... Is 't niet geméén wat 'k doe ?... Kijke ze me niet allemaal met verachting an ?... Ben 'k geen mintenee geworde, geen hoer!... O God!... La-me toch üitstappe!... La-me toch doodgaan!... 'k Weet wel da'k slecht ben, slécht, gemeen-slècht... da'k niet waard ben om kindere te hebben!... O! O ! O ! O ! ...

Haar hartstochtelijke smart gaf mij tranen in de oogen, sloeg me met 'n verwondering, alsof er iets kil-vreemds langs me gmg.

Zachtjes redeneerde ik.

„ ... 'k Heb 't je laatst al gezegd, Georgine ..."

Rèdènèer nou niet! Toe, klèts niet! Je maakt me krank-

n ' ' '

zinnig! Ja maakt me gèk.

Ik keek haar alleen maar aan en plots sloeg ze de armen om

mijn hals:

O God, Alf — je mot niet dènke over wa'k zeg k ben zoo ellendig .!. zoo kapot... God straft me zoo zwaar, zoo schrikkelijk in me kind!" ...

„Groote, gróóte meid!... Als je je god dan met gewéld wil

voorstellen als 'n boeman"...

„Toe! Toe!", smeekte ze driftig: „spreek geen kwaad van Gód !...

Sluiten