Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lk sméèk 't je ! Nóu niet! Nóu niet!... Ach toe, hou je mond ... Verzoek 'm niet!" ...

„Kom wor kalm, Mol... Wié spreekt 'r van godslastering? Ik wil 't je zeggen, nóg eens zeggen, nóg eens — dat 'r geen god is, die menschen straft omdat ze van elkaar houen ... Pijnig je zelf toch niet.. . Verneder god niet tot 'n stompzinnige ploert — God is geen ouwe orthodoxe dominee, geen fanatieke pastoor —stel je, als je dat wil, 'n god voor, maar dan één die schaterlacht om 't gemier van de menschen, om d'r rotte, fatsoenlijk gewurm !... En als Ka... maar daar moet je niet an dénken — ze had haast geen koorts — je moet 'r héélemaal niet aan denken — maar stél 't geval dat ze... Dan is 't geen straf van god, dan moet je niemand en niets vloeken of lasteren, dan mot je blij blijven opkijken naar het Oneindige, trachten niet mee onder te gaan in de wanhopige verwarring van de stumpers, de ellendelingen die alles verwringen, bevuilen, verpesten !... Kom nou kind, kom vrouw ... Ik weet 't beter dan jij!... Ik zal je toch niet beliègen !" ...

En in dezelfde moëe, verweekende wanhoopsstemming snikten we beiden.

„ ... Als ze maar niet dood gaat 1"

„ ... Ze gaat niet dood."

„Erger kan me niet overkomme"...

„Ik zeg je, dat ze niet dood gaat."

„ .. . Als dat gebeurde !... Dat!... 't Is zoo'n héérlijk kind... En jij heb me zoo geléérd van 'r te houe... Want wéét je wel, toen je 't éérst bij me kwam, die avond bij juffrouw Bok ... toen zag 'k wel an je ooge, dat je d'r verwaarloosd von"...

„Dat von 'k niét," verdedigde ik.

„Dat von je wél... En 'k was tóén 'n slechte moeder... want dat tooneel... en al de vuilike, die me achterna liepe..

„Doe je geen verdere verwijte ... Ben je goed voor d'r geworden, toen je zélf 'n thuis had ?... Ja, niewaar ?... Je moest nu wat gaan slape, hè ?"

„Nee, 'k ga niet slape."

„Je gaat wèl slape... Ik zal bij m'n vrouw en m'n kind — hoor je, mijn kind — in de alkoof gaan zitten, op jullie passé. En dan roep 'k je tegen 'n uur of elf, hè ?... En dan zal 'k terwijl zachies koffie zetten."

„Hè, ja, oome — kom u in de alkoof zitten? Vlak bij me?"

„Ja, dot."

Sluiten