Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lief-sentimenteel wer je aangedaan bij 't zien van je vrouw in d'r kraambed. Je had een gevoel van gelukkige rust na de angsten der baring. Je was blij dat zij geen pijn meer had. Maar die indringer die je vrouw zoolang misvormde, daar voelde je alleen voor omdat-ie van je vrouw, omdat je vrouw — die 'r martelpijnen om duldde 'r zielsgelukkig mee was. En je vergeleek je zelf bij 'n leeuw en z'n welpen. Jij klootje. O zoo. Z ie niet Natuur Je plaatste 'n advertentie. Eerst toen 'r 1 e v e n in 't kind kwam, toen 't niet meer 'n kind van last, altijd warm-nat van onderen, altijd schreeuwend, altijd storend was, eerst toen z'n oogjes glansden van goudbloeiende geheimmenissen en het stemmetje sprak, vroeg, vróég — eerst tóen is 'r liefde gekomen, liefde die je even zoo, even groot, even waar, éven waarachtig, éven natuurlijk zou gevoelen, wanneer je simpelweg 'n kind in dié jaren, 'n kind in zijn prachtigste wordingsperiode zou hebben aangenomen of wanneer — gesteld je kwaamt van verre landen — je vrouw je belogen had en je kind 't kind van 'n ander was. En, melieven, ge weet wel dat ge éllen egoïsten zijt, dat ge hllen moeite hebt uw geslachtsdriftjes te bedwingen, dat ge allen uren hebt gehad van begeerige óógen en alleen maatschappelijk en huiselijk geharrewar — godzaligen, cristenen, diakenen, pastoortjes enmeerdere-kamfergebruikenden staan natuurlijk ver boven deze aantijgingen — den domper zette op uwe smakkers-w ellustjes.

Vaderliefde, zusterliefde, broederliefde, nevenliefde, tante-enoomes-liefde is een ding zonder overheerschend-natuurlijken band. Er is liefde voor het ontwakend kind, voor het kind in de ontwakende jaren, liefde voor het leven dat uit mysterie-windselen breekt, liefde voor de oogen, de trekken, het geluid van het kind, zooals er bij niet-groven liefde kan zijn voor een luidloos-bloeiende kamerplant.

Weet dat ik van mijn vader houd; hij van mij. Niet terug te dringen is in ónze éérste gevoelens. Weet dat ik houd van het kind van m ij n vrouw, er van spreek als m ij n kind, dat het mij vader zou noemen als ik 't zoo wilde, dat het voor mij hééft de liefde van kind tót vader.

En om dit alles, melieven, dat in uwe hoofden moge dringen, zult ge begrijpen dat wij dienen te spreken niet van vaderliefde, maar van Gewoonte-genegenheid van een man voor één kind.

Sluiten