Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ik je meteen een mooi goud horloge mede hoor en dan gaan wij „een paar dagen uit de stad en dan gaan wij te samen hier naar „toe het zal je uitstekend bevallen hier dat verzeker ik je nu „lieve Georgine in de hoop dat ik u later meer daar van zal „schrijven omhels ik u alsmede de kinderen

je liefhebbende

I. DAVIDSON.

Georgine snikte, Ka begon van angst te huilen.

„Hij is al in de stad, Georgine," zei 'k, met 'n plotseling voelen dat dit een leugenbrief was, dat hij alles wist, dat hij géén veertien dagen gewacht had. — „O God, néé. Maak me niet angstiger"

— „O mamma ... waarom huil u nou zoo ?" — „Stil Kaatje" — Ik dacht na en 'n groote woede bonsde als 'n vloedgolf in me op. — „ ... Georgine ... Heb je je man geschreven... van óns ?" ...

— Ze bleef snikken. — „ ... Hoor je me !" ... — Ze antwoordde niet. — M'n vuist stompte zoo driftig op tafel dat de kopjes en bakjes rinkelden. — „ ... Heb je geschréven, ja of nee ?" ... — Haar oogen keken me verschrikt an. — „ ... Begin jij nou ook, Alf... juist da'k je zoo nóódig heb ?" — „ ... Geef me antwoord !" ... — „ ... Ik hèb 'm geschreve" ... — „Je liegt! Je liegt! Je liegt!" schreeuwde ik. — „O oome!... O mamma!" — Huilerig klonk 't kinderstemmetje, dat me nög sterker irriteerde.

— „Stil Ka! Hou je mond!... Waarom belieg jij me?" — „Ik lieg niet"... — „Je liegt! En maak 't niet erger! Versta je! Versta je!" — O God, wat ben 'k ongelukkig! ïsou gaat hij ook nog tegen me opspelen! O, 0,0! Was 'k maar dood, dóód!" — „ ... Dat je noü nog liegt!", vervolgde ik driftig: „Dat je me al dien tijd zoo gemeen, zoo godsgruwelijk gemeen belogen heb! Wat vin k dat beroerd en laag van jou!... En de brief van die man, die hier komt, niks van jóü weet, alles van anderen! .. . En ik, die hier sta als 'n inbreker, als 'n ploert, als 'n dief!... Heb je daarom al zijn brieven verscheurd, zoodra je ze kreeg!.. . Bah ! Bah ! Bah !" — „Ik was zoo ba-ang — zoo schrikkelijk ba-ang." — „Voor wie? Voor wat?" — „Voor hèm ... 'k Dorst niet schrijven"... — „Je dorst niet! Je dorst niet? Wél dorst je mij beliegen vier, vijf, zesmaal, da'k je gevraagd heb, of je éérlijk met dié man omging".. . — „Ach God — schei nou uit! Schei nou uit! Heb je dan geen meelij met me... Ik was zoo ba-ang. Dat kun jij niet begrijpen ... Ik was altijd zoo ba-ang. .. dat-ie me

24

Sluiten