Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzameld hadden, was er niemand, behalve Grimbaard de Das, die geene klachten tegen Reinaart in te brengen had.

Isegrim de Wolf was de eerste, die voor den Koning trad en hem op de volgende wijze aansprak: „Mijnheer de Koning, die door uwe groote macht en uwe onuitputtelijke genade alom, in den lande

bekend staat, ontferm u over de schade, die Reinaart mij heeft toegebracht! Hij heeft Hersinde, mijne vrouw, herhaalde malen beleedigd en mijne kinderen, toen zij te bed lagen, zóó vreeselijk mishandeld, dat twee hunner zelfs stekeblind geworden zijn. Nu was er een dag bepaald, waarop Reinaart mij voor al die misdrijven genoegdoening zou geven; maar toen hij ten mijnent gekomen was, bedacht hij zich en keerde terstond naar zijn kasteel terug. Mijnheer de Koning, dit weten al de Dieren, die hier ten hove verschenen zijn. Mij heeft Reinaart, dat

Sluiten