Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hem vandaan kwam. Hij heeft zijn kasteel verlaten en woont nu in een kluis. Hij leeft van niets anders dan van wat anderen hem geven. Bleek ziet hij er uit en mager is hij. Honger en dorst lijdt hij om boete te doen voor zijne zonden."

Juist op dit oogenblik, toen Grimbaard de Das deze toespraak hield, zagen zij Kanteklaar den Haan den berg afkomen en het dal ingaan. Hij liep vóór eene baar, waarop eene doode kip, die Koppe heette, lag, aan wie Reinaart den kop had afgebeten. Dit moest nu de Koning weten.

Sluiten