Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning, die van uw zegel voorzien was. Daarin stond geschreven, dat ge in uw geheele rijk aan alle Dieren vrede geboden hadt. Ook vertelde hij mij, dat hij een kluizenaar geworden was en zware boete voor al zijne zonden gedaan had. Hij liet mij zijne boeken en zijn rozenkrans zien en zeide tegen mij: „Mijnheer Kanteklaar, nu behoeft ge niet meer

bang voor mij te wezen; want ik heb eene gelofte gedaan, dat ik nimmer meer vleesch zal eten. Ik ben nu oud geworden en wil slechts aan het heil mijner ziel denken. Maar nu ga ik heen, daar ik mijne gebeden nog moet doen en mijne liederen zingen." Toen verliet hij ons langs eene haag en begon zijne gebeden op te zeggen. Ik was blijde en zóó onbevreesd, dat ik met mijne kinderen buiten den muur ging wandelen. Toen gebeurde er iets verschrikkelijks ; want Reinaart, die sluwe Yos, was door de haag gekropen en had ons den terugweg naar de poort afgesneden. Eensklaps viel hij op een

Sluiten