Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

Hoe Tibert de Kater door Reinaart den Yos misleid werd.

Toen zeide Reinaart: „Neef, houdt ge mij voor den gek?"

„Wel neen, Reinaart, zoo waar als ik leef niet,'r verzekerde de Kater.

„Welnu," hernam de Yos, „als ge in vollen ernst spreekt, dan zal ik zorgen, dat ge er u nog vanavond zat aan zult eten."

„Zat? Reinaart, dan zouden er heel wat moeten wezen."

„Ga maar met mij mee," hernam de Yos, „dan zal ik er u naar toe brengen."

Zoo gingen zij dan samen naar de schuur van den pastoor, die door een aarden wal omgeven was, waar Reinaart den avond te voren ingebroken was en den pastoor een haan ontstolen had, waarover deze zóó boos geworden was, dat hij een strik had gezet om er den Yos mede te vangen. Reinaart

Sluiten