Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tibert? Als de pastoor wist, dat ge er zooveel van houdt, dan zou hij er zeker een saus voor u bij klaarmaken. Maar, Tibert, zingt ge onder het eten? Pleegt men dat aan 's Konings hof te doen?"

Zoo had Reinaart heel wat schik in het ongeluk van Tibert; maar deze gilde zóó hard, dat Martinet, de neef van den pastoor, uit zijn bed sprong en tegen de bedienden zeide: „Juist bijtijds heb ik mijn strik gezet; ik heb er den hoenderdief, denk ik, nu in. Komaan, laat ons den diefstal van den haan op hem wreken!"

Hierop maakte hij het geheele gezin wakker en riep: „Ziezoo! de vos is gevangen!"

Allen, die in huis waren, snelden er nu naar toe. Martinet kwam er het eerst van allen bij en riep: „Hier is hij!"

De pastoor sloeg Tibert met zijn staf; Martinet nam een steen en gooide hem daarmee een oog uit.

Toen Tibert inzag, dat hij wel sterven zou, sprong hij in zijne wanhoop op den pastoor af en takelde dezen met zijne klauwen en zijne tanden zóó duchtig toe, dat iedereen den Kater in den steek liet en den pastoor, die in onmacht gevallen was, te hulp kwam.

Terwijl dit gebeurde, keerde Reinaart naar zijn kasteel Malpertus terug en liet Tibert in een treurigen toestand achter.

Zoodra deze echter zag, dat allen zich met den pastoor, die gewond was, bezighielden, beet hij met

Sluiten