Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

Hoe Grimbaard de Das werd afgezonden om den Yos voor de vierschaar te dagen.

Hierop zei de Koning: „Grimbaard, ga dan heen, maar wees voorzichtig en wacht u voor een ongeluk I"

„Mijnheer de Koning," sprak Grimbaard, „dat zal ik doen."

Zoo ging Grimbaard dan naar Malpertus toe. .

Toen hij aldaar aankwam, vond hij zijn oom en Mevrouw Hermelijne, die bij hunne kinderen onder de haag lagen.

Zoodra Grimbaard zijn oom en tante zag, groette hij hen en zeide: „Ik zal wel niet behoeven te zeggen, dat ge aan het hof in een slechten reuk staat. Vindt ge nog niet, dat het tijd is, oom Reinaart, om naar des Konings hof te gaan, waar ge van allerlei misdaden aangeklaagd zijt? Ge wordt nu voor de derde maal gedaagd: komt ge weer niet, dan vrees ik, dat u geen genade meer zal geschonken worden. Ge zult dan op den derden dag uw kasteel Malpertus zien

Sluiten