Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou omgebracht zijn, en ik moet erkennen, dat daaronder van mijne naaste bloedverwanten waren, dat ik noode zou aanklagen, als niet het heil mijner ziel en het welzijn van den Koning mij het tegendeel bevalen."

De Koning werd bij het hooren dezer woorden diep bewogen en vroeg: „Reinaart, spreekt ge de waarheid?"

„Of ik de waarheid spreek?" hernam Reinaart. „Vraagt ge mij dat nog? Ge weet toch wel, hoe het met mij gesteld is. Denkt ge, dat ik met een leugen op de lippen den dood zou willen ingaan?"

Op raad van de Koningin gebood de Koning nu, dat niemand de stoutmoedigheid zou hebben, een enkel woord te spreken, voordat Reinaart alles, wat hij wist, gezegd had. Toen zwegen allen stil.

De Koning liet Reinaart nu spreken, waarop hij zeide: „Zwijgt nu allen, daar het den Koning alzoo behaagt. Ik zal u het verraad openbaren zonder iemand te sparen."

Hoor nu, hoe Reinaart zijn vader en een van zijne naaste bloedverwanten, Grimbaard den Das, zal verraden. Dat deed Reinaart, omdat hij wilde, dat men zijne woorden des te eer zou gelooven.

Hij begon aldus: „Een heelen tijd geleden had mijn vader op eene verborgene plaats den schat van Koning Ermenrik gevonden. Toen werd hij zóó trotsch en fier, dat hij alle Dieren, die vroeger zijne metge-

Sluiten