Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden gestolen en hem zóó arm hadden gemaakt, dat hij geen penning meer bezat!

„Toen mijn vader alzoo het geheele land tusschen de Elbe en de Somme had doorkruist en hij menigeen met zijn goud had omgekocht, die hem te hulp zou komen, als de zomer in het land was, keerde hij terug. D£&r vond hij Bruin en zijne metgezellen en vertelde hun van de groote moeite en de menigvuldige zorg, die hij bij de hooge burchten in het land van Saksen had doorgestaan, waar de jagers hem alle dagen met hunne honden achtervolgden, die hem menigmaal vervaard maakten. Dit vertelde hij hun allemaal. Daarna liet hij de brieven zien, die hij had meegebracht, die aan Bruin goed bevielen, waarin wel twaalfhonderd namen stonden, allemaal van Isegrims geslacht, met scherpe klauwen en wijde bekken. Behalve de Katers en de Beren, die allemaal in Bruins soldij stonden, waren er ook Vossen en Dassen bij. Deze hadden allen gezworen, dat zij zich, indien men hun hunne soldij twintig dagen vooruit gaf, bi] Bruin zouden aansluiten. Dit alles kwam ik gelukkig te weten. Nadat mijn vader zijne zaken afgedaan had, wilde hij zijn schat gaan opgraven; maar toen hij op de plaats kwam, waar hij dien vroeger achtergelaten had, was deze verdwenen en zijn hol opengebroken. Zoodra mijn vader dat zag, werd hij gramstorig, zoodat hij van toorn zichzelf ophing. Zoo liep de heele zaak door mijn toedoen

Sluiten