Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij mij dien raad geven, dan wil ik mij wel op de getrouwheid van Reinaart verlaten. Maar als hij weer kwaad bedrijft, dan zullen allen, die hem in den tienden graad bestaan, het met den dood bekoopen."

Toen Reinaart den Koning zóó veranderd zag, werd hij blijde, vatte weder moed en zeide: „Mijnheer de Koning, ik zou wel dwaas zijn, als ik u niet geloofde."

Hierop nam de Koning een stroohalm, stak dien aan Reinaart toe en vergaf hem het verraad van zijn vader en zijne andere misdaden.

Nu Reinaart was vrijgelaten, was hij uitermate blijde en sprak : „Mijnheer de Koning, de Hemel zal u beloonen voor de gunst, die ge aan mij en mijne vrouw bewijst. Ik verzeker u op mijn woord, dat ik aan niemand onder de zon mijn schat zoozeer gun, als aan u en aan de Koningin."

Reinaart nam nu ook een stroohalm en zeide: „Mijnheer de Koning, neem dien aan! Hierbij geef ik u den schat, dien wijlen Koning Ermenrik bezat."

De Koning nam den stroohalm aan en bedankte den Yos hartelijk.

Reinaart was van blijdschap vervuld, dat de Koning hem nu zoo genadig was, en zeide: „In het Oosten van Vlaanderen staat een bosch, dat Hulsterloo heet. Een put, die de Krekelput heet, bevindt zich ten Zuiden daarvan. Daar komt soms in een halfjaar geen enkel schepsel: zoo'n groote wildernis is het

5

Sluiten