Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en mooi. Daar zult gij ook de kroon vinden, die Ermenrik de Koning droeg, en andere sieraden in overvloed, edelgesteenten en goudwaren. Mijnheer de Koning, als ge dat alles eenmaal in uw bezit hebt, hoe dikwijls zult ge dan bij u zelf zeggen: „O, Reinaart, getrouwe Vos, die hier onder dit mos listig dezen schat hebt begraven, gezegend moogt ge zijn, waar ge ook gaat of staat!""

„Gij moet mij op dien tocht vergezellen," sprak de Koning nu, „en gij moet ons helpen om dien schat op te delven. Ik denk, dat ik er alleen nimmer zou komen. Ik heb wel eens van Aken en Parijs gehoord; maar van een Krekelput heb ik nog nooit iets vernomen. Dat is misschien wel een naam, dien ge zoo maar verzonnen hebt."

Dit hoorde Reinaart ongaarne; hij werd boos en zeide: „Hoe kunt ge mij zóó verdenken? Ik zal u wel bewijzen, dat ik de waarheid gesproken heb. Er zijn er genoeg, die dit weten."

Luide riep hij toen: „Kuwaart, kom eens hier vóór

den Koning!"

De Dieren zagen er Kuwaart heengaan. Zij begrepen niet, wat de Koning van hem moest hebben.

Reinaart sprak: „Kuwaart, hebt ge last van de kou? Ge beeft. Maar wees zonder vrees, en zeg aan Mijnheer den Koning de waarheid. Weet ge, waar de Krekelput is? Is die niet bij Hulsterloo?"

„Wel zeker, hoe zou dat niet zoo wezen? In

Sluiten