Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daar is al voor gezorgd," zeide Reinaart. „Ik zal u den reiszak geven, Bellijn, dien ik draag, en dien om uw hals hangen en den brief aan den Koning er in doen. Ge zult daarmee groot gewin behalen, des Konings dank en groote eere. Ge zult den Koning zeer welkom zijn."

Bellijn geloofde dit.

Reinaart keerde nu naar zijn kasteel terug, stopte den kop van Kuwaart met behulp van zijne vrouw in zijn reiszak en keerde naar zijn vriend Bellijn terug. Hij hing den reiszak om zijn hals en beval hem ten strengste, dien brief niet in te zien, als hij zich den Koning tot vriend wilde maken. De Koning zou hem daarvoor zeker dankbaar zijn.

Dit hoorde Bellijn en sprong van de plaats, waar hij stond, meer dan een halven voet hoog op: zóó blij was hij over die zaak, dat zijn toorn geheel week.

Sluiten