Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu weet ik, Bellijn, dat ge u zelf en allen, die aan het hof zijn, eere aandoet."

„O ja, men zal mij grooten lof toezwaaien, als men te weten komt, dat ik brieven kan schrijven, al kan ik dit ook niet. Maar Reinaart, wat raadt ge mij? Zal Kuwaart weder met mij naar het hof gaan ?"

„Neen," sprak Reinaart, „hij zal u spoedig volgen, en wel langs hetzelfde pad. Hij heeft nu nog geen tijd. Ga gij maar vooruit! Ik zal aan Kuwaart eene zaak vertellen, die nog verborgen is."

Dit zeggende, nam Bellijn afscheid van den Yos en begaf zich op weg naar het hof.

Nu keerde Reinaart naar zijn kasteel terug en zeide: „Er dreigt ons gevaar, als wij hier blijven. Maakt u gereed, Hermelijne, en gij, mijne kinderen!

Sluiten