Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoodra Botsaard den zak had opengedaan, riep hij: „Lieve Hemel! Wat voor brief is dat! Mijnheer de Koning, zoo waar als ik leef, dit is de kop van Kuwaart! Och, hadt ge Reinaart maar nooit vertrouwd !"

De Koning stond verpletterd en liet zijn kop zakken. Eindelijk hief hij dien weer op en deed het vreeselijkste geluid hooren, dat ooit van Dieren gehoord werd. Alle Dieren waren daardoor dan ook vervaard.

Toen trad Firapel de Luipaard te voorschijn: •deze was van 's Konings maagschap en kon dit dus wel doen.

Hij zeide: „Mijnheer de Koning, waarom maakt ge zoo'n groot misbaar? Ge doet, alsof de Koningin dood was. Bewaar uwe kalmte toch en matig uw rouw!"

„Mijnheer Firapel," antwoordde de Koning, „mij heeft een booswicht zóó bedrogen, dat ik mijn toorn niet kan bedwingen en dat ik mij zelf baat en mijne eer heb verloren. Van degenen, die vroeger mijne vrienden waren, Bruin en Isegrim, berooft mij een gewaande pelgrim. Dat gaat mij aan het hart, en het zal mij mijne eer en mijn leven kosten!"

Toen zeide Firapel: „Is er eene misdaad gepleegd, dan moet er wraak genomen worden. Men moet den Wolf en den Beer hier laten komen en Hersinde ook, en hen van hunne misdaad vrijspreken. Wat

Sluiten