Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gistermorgen kwam ik zijn kasteel Malpertus voorbij. Da&r zat hij buiten voor zijn huis, als een pelgrim gekleed. Ik dacht hem ongemoeid voorbij te gaan en mij naar uw hof te begeven. Maar zoodra hij mij zag, stond hij op en liep mij te gemoet. Ik dacht niet anders, dan dat hij goed ten opzichte van mij gezind was, en groette hem. Hij zeide niets, maar

pakte mij zóó hard bij mijne ooren beet, dat ik niet anders dacht, of ik zou er mijn kop bij verliezen. Maar gelukkig was ik zóó vlug, dat ik mij uit zijne pooten losrukte en ontkwam. Hij was gramstorig, omdat hij mij niet had kunnen vasthouden; maar hoe gelukkig ik ook aan het gevaar ontsnapt ben, toch moest ik da&r mijn ééne oor laten, en in mijn kop kreeg ik vier diepe wonden, die hij mij met zijne scherpe en lange nagels toebracht. Het bloed

Sluiten