Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVII.

Hoe de Koning boos over deze klachten werd en plannen tot wraak ontwierp, en hoe Eeinaart de Yos door Grimbaard den Das gewaarschuwd werd.

Nobel de Koning was niet weinig ontsteld, toen het Konijn en de Kraai hunne klachten ingebracht hadden. Toorn stond er op zijn gelaat te lezen: zijne oogen schoten vlammen, en hij brulde vreeselijk, zóó luide, dat het geheele hof er van ontstelde. Eindelijk zeide hij:

„Bij mijne kroon en bij de trouw, die ik aan mijne vrouw verschuldigd ben, zweer ik, dat ik deze daad zóó duchtig zal wreken, dat men er nog lang van zal gewagen, daar mijn vrijgeleide zóó veracht is. Ik was een dwaas, dat ik zoo lichtelijk geloof geslagen heb aan dien schurk, die mij met zijne geveinsde taal misleidde. Ik gaf hem staf en reiszak en maakte hem tot een pelgrim. Hij zeide, dat hij naar Rome wilde gaan en van daar over zee. Ach,

Sluiten