Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVIII.

Hoe de Vos, berouw over zijne zonden gevoelende, belijdenis daarvan deed en van den Das vergiffenis kreeg.

Zoodra de dageraad aanbrak, verliet Reinaart met Grimbaard zijn kasteel; maar eerst nam hij afscheid van zijn vrouw en kinderen, zeggende: „Laat het u niet verdrieten; maar ik moet met Grimbaard naar het hof toe, en al blijf ik ook wat lang weg, maak u daarom nog niet ongerust en bewaak ons kasteel goed! Ik zal ginds zóó handelen, als het mij het best voorkomt."

„Ach, Reinaart," gaf Hermelijne hierop ten antwoord, „waarom wilt ge toch naar het hof toe? Ge waart daar laatst in grooten angst en zeidet, dat ge besloten hadt, er nooit meer naar toe te gaan."

„Vrouw, men kan soms geluk hebben. Ik moet er nu bepaald wezen. Stel u gerust, bid ik u; want er bestaat geen gevaar. Op het allerlangst kom ik over vijf dagen terug."

Sluiten