Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogenblik van den honger, waarom hij mij verzocht, naar de Merrie toe te gaan en haar te vragen, of zij haar veulen ook wilde verkoopen. Ik ging naar haar toe en vroeg het haar; zij zeide mij, dat zij het veulen voor eene groote som gelds wilde verkoopen. Ik vroeg haar, hoeveel zij er dan voor wilde hebben, waarop zij ten antwoord gaf: „Reinaart, het staat onder mijn linkerachterpoot geschreven. Wilt ge het weten, lees het dan maar!" Hierop hernam ik: „Neen, het mocht mij berouwen. Ik kan ook geen letter lezen, en koopen wil ik het veulen ook niet; want het is uw eenig kind. Isegrim heeft mij hierheen gezonden en wilde het graag weten." „Welnu," zei de Merrie, „laat hem dan zelf maar hier komen, dan kan hij het zien." En terstond ging ik naar Isegrim toe en zeide tot hem: „Oom, wilt ge het veulen opeten, ga dan naar de Merrie toe; zij wacht u; zij heeft onder haar poot de som geschreven, waarvoor zij het aan u wil afstaan. Zij wilde het mij laten lezen; maar wat zou mij dit baten, daar ik de letters niet eens ken? Oom, wilt ge het veulen koopen, dan kunt ge het krijgen. Kunt gij lezen?"

„„Het zou wat moois wezen, als ik dat niet kon. Allerlei schrift kan ik lezen, dat ik maar onder mijne oogen krijg. Ik zal naar de Merrie toe gaan en denk, dat ik de koopsom wel spoedig zal te weten komen.'"

„Toen liep hij naar de Merrie toe en verzocht mij, op hem te wachten. Hij vroeg haar, of zij hem haar

Sluiten