Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIX.

Hoe Reinaart de Vos zich tegenover den Koning verontschuldigde, en wat de Koning daarop ten antwoord gaf.

Reinaart viel voor den Koning op de knieën en sprak hem aldus aan: „De gunst des Hemels beware Mijnheer den Koning en Mevrouw de Koningin en geve hun wijsheid en verstand om te weten, wie gelijk en wie ongelijk heeft! Want er leven velen op aarde, die zich anders voordoen dan zij werkelijk zijn. Ik wenschte wel, dat iedereen zijne gedragingen op het voorhoofd geschreven stonden, opdat gij, Mijnheer de Koning, het zoudt kunnen zien, zoodat ge ook alles wist, wat ik gedaan heb. Ik heb mij altijd aan uw dienst gewijd, en daarom ben ik leugenachtig voor u aangeklaagd door de boozen, die mij gaarne nadeel zouden berokkenen en mij buiten mijne schuld uwe gunst doen verliezen. Dies roep ik: „Wraak over hen!" Maar toch hoop ik, Mijnheer de Koning, dat gij en uwe goede vrouw

Sluiten